Hypermobiel paard

Zeer regelmatig kom ik in mijn praktijk hypermobiele paarden tegen. Ook zelf heb ik de afgelopen jaren hiermee ervaring opgedaan omdat één van mijn paarden ook hypermobiel bleekt te zijn. Dit maakt het herkennen eenvoudiger en de herkenning van ervaringen van de klant absoluut groter!

Hypermobiliteit

Hypermobiel paard_hypermobiliteitWanneer het zachte weefsel om de gewrichten, zoals ligamenten en spieren, erg soepel zijn, kan dit zorgen voor een flexibel gewricht. Een ander woord voor flexibel is lenig. Lenigheid komt in verschillende gradaties voor. Wanneer een bepaald aantal gewrichten een bepaalde (hoge) mate van lenigheid heeft, kan er bij mensen gesproken worden van hypermobiliteit. Bij paarden bestaat deze definitie voor hypermobiliteit nog niet.

Hypermobiliteit is geen ziekte, maar een verschijnsel. De flexibiliteit van de gewrichten houdt verband met de samenstelling van het bindweefsel. Dit wordt genetisch bepaald, waardoor hypermobiliteit ook erfelijk is.

Hypermobiele paarden

Het aantal hypermobiele paarden is tegenwoordig duidelijk groter dan vroeger. En dat heeft veel te maken met de huidige fokkerij, het ultieme plaatje dat we voor ogen hebben en de wens om lekker te kunnen zitten op een (verend) paard.

Hypermobiel paard_oerpaardHet oudere model, zoals dat nog zichtbaar is bij de koniks paarden en een aantal koudbloed rassen, is redelijk vierkant. De voor- en achterhand zijn min of meer even hoog. Hun bouw is kort en gedrongen. De benen zijn relatief kort. De nek en hals zijn kort en breed. De borst – de afstand tussen de voorbenen – is ruim. En zodoende is hun bouw er één van evenwicht en balans. Dit is hèt model om te overleven in de natuur.

Ga je sporten met deze paarden, dan heb je weliswaar balans en evenwicht, maar souplesse en flexibiliteit zijn ver te zoeken. En dus kost het behoorlijk wat trainingsuren om deze paarden enigszins fatsoenlijk door een kleine wending te rijden of een correcte zijgang te laten lopen.

Hypermobiel paardHet doel van de huidige fokkerij van sportpaarden is om de perfecte atleet te creëren. Hier horen de woorden “sjiek” en “elegant” bij. En dus: hoogbenig, smal, klein hoofd, smalle nek, lange hals, lang gelijnde rug. De voorhand is vaak duidelijk hoger dan de achterhand. De gewenste bewegingen zijn ruim en van de grond. Om dit in het lichaam mogelijk te maken zijn langere spieren en ligamenten nodig en soepele gewrichten.
We bereiken hiermee weliswaar een mooi beeld, maar creëren hiermee ook een dier dat relatief weinig evenwicht en balans heeft en regelmatig ook hypermobiel is.

Waarneming van en belangrijk bij hypermobiele paarden

Hypermobiliteit voel ik doordat kogel-, koot en hoefgewricht zich heel ver door laten buigen, bij het buigen van het voorbeen in de knie voel ik nauwelijks tot geen weerstand. Het achterbeen vouw je zo dubbel in sprong- en kniegewricht. En het inbuigen van de hals is vaak ook heel simpel en de rug kan alle kanten op.

Het is niet zo dat een paard dat hypermobiel is in bijvoorbeeld zijn hals en rug ook per definitie hypermobiel is in zijn benen of omgekeerd. En het is ook niet zo dat hypermobiliteit alleen maar voorkomt bij een specifiek ras of dressuurpaarden. Ook tuigers, PRE’s, miniatuur paardjes, moderne haflingers en Friezen – om er maar een paar te noemen – hebben hiermee te maken.

Heel belangrijk bij deze paarden is dat er voldoende aandacht tijdens de training wordt besteed aan een correcte balans en stabiliteit. Rechtrichten is dan ook een populair woord. De kleinere spieren, die dieper in het lichaam liggen en zich rondom de gewrichten bevinden zijn de belangrijkste om te trainen. Buigen kunnen deze paarden van nature al en dit behoeft dan ook nauwelijks aandacht tijdens de training.

Spieropbouw en vooral TIJD zijn bij de trainingsopbouw van deze paarden echte sleutelwoorden. Ze zijn soepel zat maar hebben, als gevolg van die soepele gewrichten en lange spieren, nauwelijks balans en uithoudingsvermogen. En om dit op te bouwen is tijd nodig en een heel rustige en doordachte opbouw van de training.

Verzuring van de spieren en overbelasting van de gewrichten ligt op de loer en daardoor zijn korte trainingen voor deze paarden beter geschikt dan lange. En, voldoende tijd voor herstel is belangrijk.

Effect op het paard van hypermobiliteit

Ik zie een aantal zaken regelmatig terug bij paarden die hypermobiel zijn:

  • Van nature hebben ze weinig balans. Voor een vluchtdier is dit geen veilig gevoel. Paarden zijn daardoor nogal eens onzeker.
  • Vooral ongetrainde paarden vinden het soms echt heel lastig om op drie benen te staan. Een voetje geven brengt ze serieus uit balans. Zowel in hun lichaam als mentaal. Dit kan bij bijvoorbeeld de hoefsmid onhandelbaar gedrag opleveren.
  • Door hun beperkte balans en uithoudingsvermogen is het werk in de bak, op een zandbodem, door hoeken en op voltes niet makkelijk en daardoor niet leuk. Het paard is niet happy tijdens en na de training en soms houdt hij het geheel voor gezien en begint te staken.
  • Het paard doet zijn best, maar kan het gevraagde niet goed uitvoeren. Springt makkelijk overkruist in galop. Accepteert de bijzet niet.
  • Doordat deze paarden zich niet veilig en prettig voelen tijdens het werk gaan ze afleiding zoeken, zien spoken, springen zomaar weg.
  • Om met hun ongebalanceerde lichaam het gevraagde werk uit te voeren gaan ze compenseren. Ze zetten bijvoorbeeld hun lange rugspieren vast. De souplesse in de beweging verminderd, wat een negatief effect kan hebben op de gewrichten en pezen in hun benen. Ze krijgen last van hun rug, bekken en/of nek en tijdens het rijden voelen ze dan toch behoorlijk stug en stijf.

Persoonlijke ervaring

Ik ben zelf erg mobiel in mijn onderrug. De manueel therapeut vouwt me zo dubbel. Dat is lastig als juist daar het probleem zit omdat je er zo moeilijk bijkomt en het, door de souplesse in dat gebied, lijkt alsof daar geen probleem zit. En natuurlijk, omdat de gewrichtjes daar niet zo goed ondersteund worden door de zachte weefsels, is dat dè plek wanneer er iets fout gaat.

Ook mijn eigen jonge paard is hypermobiel. In het begin had ik dat niet in de gaten. Nooit van gehoord, dus ook nooit over nagedacht. Tot het moment dat het kwartje viel. Gerichte opbouw van een basis conditie heeft vier maanden geduurd. De nadruk in de training ligt nog steeds echt op de basis. Soepel is hij wel. Daarnaast behandel ik hem regelmatig, wat in de praktijk betekent de spanning uit zijn spieren houden. Waarschijnlijk overbodig om te zeggen dat hij alle technieken van de Masterson Methode zo ongeveer uit zijn hoofd kent. Maar hij doet het er goed op!

Hypermobiliteit a.g.v. een bindweefselziekte

Als afronding nog één opmerking. Niet altijd is hypermobiliteit “gewoon” hypermobiliteit. Soms ligt er ook een aandoening van het bindweefsel aan ten grondslag.

Degenerative suspensory ligament desmitis, doorgaans afgekort als DSLD, en ook bekend onder de naam equine systemic proteoglycan accumulation (ESPA), is een aandoening van het bindweefsel van paarden en paardachtigen. Op onder andere wikipedia is hier meer over te lezen: https://en.m.wikipedia.org/wiki/Degenerative_suspensory_ligament_desmitis

Voorbeelden van bindweefselziektes bij mensen zijn de ziektes van Ehler-Danlos en Marfan, het syndroom van Loeys-Dietz en osteogenesis imperfecta. Het spreekt voor zich dat ook hier online meer informatie over te vinden is.

Geplaatst in Divers en getagd met , .